situatieschets

De Koorddanser ging van start in september 2007 in de gebouwen van het gemeenschapsonderwijs. Die school hield op te bestaan in juni datzelfde jaar. Onze school bevindt zich onder de koepel van het gemeenschapsonderwijs en we gebruiken dus ook de leerplannen van het GO!. Meulebeke is een gemeente van zo’n 8000 inwoners in West-Vlaanderen. De school bestaat uit een kleuterblok en een gebouw waarin de lagere school is gevestigd. Er is een mooie parktuin die dienst doet als speelplaats. We kozen met ons team voor een jaarklassensysteem met een grens van 20-21 kinderen per groep. Dit is eerder uitzonderlijk in een freinetschool maar het leek ons een goede keuze om de eerste jaren door te brengen.

Tegelijkertijd waren we ons bewust van het belang om leeftijdsoverschrijdend te werken en samen met alle kinderen school te maken. Door werkingen op poten te zetten zoals hieronder beschreven, dringen leeftijdsoverschrijdende klasgroepen zich minder op. (Dit wil echter niet zeggen dat we volledig tevreden zijn van het huidige systeem. Maar dat is weer een ander verhaal.)

Werkwinkels

In de visie van meervoudige intelligentie van Gardner kozen we vrij snel voor een systeem van wekelijkse werkwinkels. Eén namiddag in de week kunnen de kinderen in het kleuterblok en in de zes leerjaren kiezen uit een aanbod van verschillende werkwinkels. Daar zitten veel muzische activiteiten in maar net zo goed kan dit extra sport zijn, een buurtwandeling met verwerking, tuinwerk, dierenverzorging, schaken, fotografie, ICT, hulp gaan bieden in de kleuterklassen, een RVT of in een kindercrèche,… Alles is mogelijk en liefst zo divers mogelijk. Om een sterker aanbod te bieden en de groepen kleiner te maken wordt ook op zoek gegaan naar mensen die – aan een vrijwilligersvergoeding – zelf werkwinkels kunnen komen geven. Zo vonden we over de jaren heen een danslerares en een muzieklerares die een vrije namiddag wilden opofferen en op die manier een heel sterk aanbod konden geven. Maar ook een oma die met enkele kinderen kookt, een persoon die lessen djembé komt geven of een basis judo,… Af en toe zit er ook een éénmalige activiteit in. Zo kwam een papa naar school met de auto en hielpen twee kinderen om de zomerbanden te vervangen door winterbanden. Of die keer dat een opa enkele kinderen leerde manillen. Alles kan zolang het een meerwaarde is voor geest, handen en/of hart.

Op voorhand kiezen de kinderen welke werkwinkel ze willen doen. In sommige groepen gebeurt dit via een volgorde van keuze. In andere, meestal oudere, groepen via consensus. Via een excell-bestand op de server kunnen we de voorziene vakken per groep invullen tot deze volzet zijn. Na het ‘muziekje’ dat het begin van de dinsdagnamiddag aankondigt, komen we samen in de forumzaal en van daaruit vertrekken de groepen naar een werkplek, binnen of buiten.

Enkele keren per jaar is er een themawerkwinkel. Dan draaien alle werkwinkels rond wereldgedichtendag, Sinterklaas, relaxatie en verinnerlijking, de boekenweek,…

Het zijn namiddagen waarin de hele school bruist, bloeit en leeft. Waarin afgekeken wordt tussen jong en oud. Namiddagen die in elke klasgroep in de afsluitkring beëindigd worden en de kinderen dan aan elkaar tonen wat ze deden. Op de vrije werktijden op vrijdagnamiddag zie je vaak kinderen een werkje uit een werkwinkel maken. De persoon die bij de werkwinkel zelf aanwezig was, is dan begeleider van dienst voor het kind dat de activiteit ook wil doen.

Door de jaren heen zijn de oudste kinderen vaak specialisten gebleken op een bepaald gebied en zijn ze zelf werkwinkels beginnen geven aan kleine groepjes jonge kinderen. Dit zorgde voor nog kleinere groepen en is positief voor de jongste én de oudste kinderen.

Kinderen gaan op zoek naar hun talenten en interesses. Dat is de grootste drijfveer voor de werkwinkels. Het is een hooggegrepen doel, maar je moet hoog reiken om wat lager grip te vinden. Natuurlijk laten kinderen bepaalde keuzes opzij liggen omdat het hen niet boeit, maar hier geldt ook het principe ‘onbekend is onbemind’. Daarom waren de oudere kinderen sowieso verplicht om één keer naar een RVT en de crèche te gaan helpen. Soms vertrokken kinderen dan met een lang gezicht maar bleek het voor hen een openbaring. Soms kwamen ze ook met een lang gezicht terug maar dan weten ze tenminste dat oudere mensen verzorgen hun ding niet is.

Muzische ateliers

Hoe lyrisch we soms waren (en zijn) over het systeem met werkwinkels, toch was er een groot hiaat in het systeem. Wat doen we met kinderen die nooit kiezen voor werken met klei? Of die nooit gaan dansen omdat het hun ‘ding niet is’? Ergens ben je als school wel verplicht om kinderen een rijk muzisch aanbod te geven en een basis in alle onderdelen van muzische vorming. Op het teamweekend in oktober 2015 hervormden we daarom onze werkwinkels tot een systeem van ‘muzische ateliers en werkwinkels’ in een 50/50 verhouding. We namen het leerplan muzische vorming van GO! erbij maar vooral het boek ‘Zeppelin – didactiek voor muzische vorming’ (uitgegeven bij Pelckmans) van Koen Crul hielp ons op weg. Concreet zitten de kinderen van klassen twee tot en met vijf in een systeem van vijf keer drie weken per schooljaar werken rond een muzisch thema. De 40 kinderen van klassen twee en drie zijn in vijf vaste groepjes verdeeld. Dit zijn kleine groepjes van een achttal kinderen. Gedurende drie dinsdagnamiddagen worden ze ‘ondergedompeld’ in respectievelijk klei, drama, schilderen, muziek en druk– en illustratietechnieken. De vijf clusters van drie weken liggen verspreid over het schooljaar. Tijdens de andere weken is er het ‘oude’ systeem van werkwinkels. Naast de twee klasbegeleiders werden drie mensen aangetrokken om de andere ateliers te geven. De kleine groepjes zorgen voor een hoog werkcomfort, maar ook voor een hoge intensiteit tijdens de activiteit. Hetzelfde gebeurde met de kinderen van klas 4 en 5. Hier doorliepen de kinderen deze vijf clusters: constructie, dans, tekenen, textiel en media. Volgend jaar schuiven we alles door. Zo komen de kinderen in twee jaar tijd in aanraking met alle tien de onderdelen en de volgende twee jaar nog eens. In de jongste klassen wordt het onderdeel ‘media’ wel vervangen door ‘kleur’. In klas 1 werkt de begeleider in die weken aan voorbereidende muzische activiteiten, een stuk ‘vrijer’. Idem in klas 6. Hier gaan we op zoek naar verdieping rond bestaande, gekende, onderdelen.

We voelen nu al dat we op deze manier een hoog niveau kunnen bereiken en zijn we ook zeker dat de kinderen in hun schoolcarrière op zijn minst zes namiddagen met elk deel van muzische vorming in aanraking komen. Het zijn lessen waar bewust een vrij groot aandeel bij de begeleider is gelegd. De eerste les mag al eens sterk kunstgeschiedenis en theoretisch gericht zijn. Maar we schuwen dit niet. Aangezien we drie weken hebben, is er tijd om iets kunstigs uit te diepen en kunnen de kinderen toch hun eigen ding uitwerken. Door een muziekleerkracht aan te trekken kunnen we degelijke muzieklessen van een hoog niveau aanbieden. Hetzelfde deden we door iemand te zoeken voor drama en dans. Als klasbegeleider kun je ook een onderdeel kiezen dat je echt ligt en je er in verdiepen. Toch schoven we al een keer zelf door. Na drie keer ongeveer dezelfde lessen te geven, heb je als leerkracht wel eens zin in wat anders.

Op dit moment zijn we heel tevreden met onze werkwinkels, afgewisseld met het uitgewerkte systeem van muzische ateliers. Natuurlijk zijn er groeipijnen. Een werkwinkel loopt wel eens fout. Werken met kinderen van 6 tot 11 is niet altijd eenvoudig. Elk kind op zijn niveau ervaringen bijbrengen blijkt soms zwaarder dan verwacht. Als een begeleider ziek valt of een externe begeleider zich niet kan vrijmaken raakt het hele systeem soms in een knoop die ontward moet worden. Niettemin wegen de voordelen sterk door. Het is één van de leeftijdsoverschrijdende activiteiten die we op de Koorddanser uitwerkten. We hopen er andere scholen ook mee van dienst te kunnen zijn.

© De Koorddanser 2017 | De Koorddanser behoort tot de GO-scholengemeenschap basisonderwijs SG24 | www.g-o.be